Artikel Lekker onder elkaar
Uit Bouwen aan leefbaarheid
Er zijn schmoozers en machers. Machers organiseren veel en zijn vaak als vrijwilliger betrokken bij gemeenschapsprojecten. Schmoozers doen dat niet, maar ze hebben wel een actief sociaal leven. Hun betrokkenheid is misschien niet zo doelgericht, maar is wel spontaner. Ze organiseren etentjes of een barbecue, sturen vaak leuke kaarten of een briefje en volgen de stroom van hun ziel. Robert D. Putnam (1945), Amerikaans politicoloog in Bowling Alone.
De ‘dikke’ Van Dale omschrijft het woord informeel als familiair en gemeenzaam. Dat wil zoveel zeggen als: lekker onder elkaar. Het staat tegenover formeel en georganiseerd. De sportwereld is georganiseerd. Dat geldt ook voor al die recreatieve, educatieve en spirituele activiteiten in dorpshuizen, kerken en recreatiezalen. Sportleiders, ouderenwerkers en dominees organiseren die bijeenkomsten vaak samen met (heel) veel vrijwilligers in zalen en zaaltjes. In de wijkbladen en in de huis-aan-huisbladen staan de aankondigingen: woensdag van 14.00 tot 16.30 uur Tai Chi of vrijdagochtend tussen 9.30 en 11.00 uur Engelse les. Of het gemeentelijke sportbedrijf kondigt aan wat we allemaal kunnen doen aan bewegingsactiviteiten zoals zwemmen, fietsen, wandelen, badminton. In elk dorp en in elke stadswijk is er doorgaans van alles te doen en is er een ruime keus om aan deze activiteiten mee te doen. De meeste mensen doen dat niet alleen met het doel om bezig te zijn, maar ook om onder de mensen te zijn. Deze activiteiten vallen vaak als eerste op. Niet alleen vanwege die aankondigingen en oproepen in de wijkblaadjes, maar er hangen ook affiches op plaatsen waar veel mensen komen. Op het prikbord van de supermarkt bijvoorbeeld. En we zien alle dagen mensen in en uit het buurthuis lopen met matjes voor de yoga of met mapjes met liederen voor het zangkoor. Het zijn vooral deze activiteiten die zo in het oog lopen. Maar er is veel meer in de wereld dan georganiseerde activiteiten, daar staan we echter niet zo snel bij stil. Dat komt omdat ze niet zo opvallen of omdat we ze zo gewoon vinden dat we er niet eens bij stil staan dat die activiteiten een grote bijdrage leveren aan ons welbevinden. De markt en winkels zijn van die plekken waar we dagelijks of wekelijks komen om niet alleen boodschappen te doen, maar ook onder de mensen te zijn. Mevrouw Avegoor vertelt over de weekmarkt in haar dorp: De markt vind ik heel gezellig, die is typisch dorpseigen. Je ziet allerlei mensen, je hoort allerlei verhalen. Het gezellige eraan is dat je mensen ontmoet. De markt is van oudsher een ontmoetingsplaats en dat is het voor mij nog steeds’. En haar man voegt daaraan toe: ‘De markt is een sociaal gebeuren. Als je weinig tijd hebt, dan moet je tegen twaalven gaan. Heb ik veel tijd, dan ga ik om een uur of tien, half elf. Dan kom ik ook om een uur of een thuis, want ik ontmoet er Jan en Alleman’. Mevrouw de Vries woont in een naoorlogse wijk van een middelgrote stad in het westen van het land en heeft een soortgelijke beleving: ‘Het winkelcentrum is onze moderne dorpspomp. Zo gauw je op het winkelcentrum bent, dan zie je steeds wisselende groepjes mensen die met elkaar praten en lachen. Het is ook heel duidelijk dat we dat nodig hebben om naar winkels te gaan en dan iemand tegen te komen en te zeggen: “Ach wat leuk dat ik je zie” en dan even met elkaar praten. Het is een beetje overdekt en als het dan regent kun je buiten blijven staan, dan hoef je niet perse de winkel in. De droogloop, zo noemen we dat’. Het kan niet vaak genoeg gezegd waar bankjes goed voor zijn: even zitten, uitrusten, genieten van alles wat er gebeurt en wachten tot er iemand naast je komt zitten die zegt: “Ach wat leuk dat ik je zie”.
Deel uitmaken van de gemeenschap is een fundamentele behoefte van mensen. Herbert J. Gans (1927), Amerikaanse socioloog in The Levittowners (1967).
Het echtpaar Avegoor en mevrouw de Vries laten het aan het toeval over of ze bekenden op de markt of in het winkelcentrum tegen komen, maar naast deze toevallige ontmoetingen ondernemen mensen met elkaar ook veel activiteiten die de krant en de aanplakbiljetten nooit halen. Het zijn de vele onderlinge clubjes en groepjes mensen die met elkaar van alles ondernemen. Of zoals meneer Vliegen zegt: ‘Het hoeft niet zo ingewikkeld te zijn; gewoon samen dingen doen’ en hij vertelt: ‘Elke dinsdagochtend komen we op een afgesproken punt bij elkaar en dan gaan we samen fietsen. Het begon met drie mensen, maar nu zijn we met zijn achten. Het initiatief is spontaan geboren en we noemen onze fietsclub niet voor niets: Zegt het voort’. In een andere gemeente wandelen enkele vrouwen dagelijks een uur met hun honden: ‘Weer of geen weer, we lopen samen. Ik ben weduwe en het is voor mij een geweldig moment van de dag. Voor hetzelfde geld zit ik alleen in huis verdrietig voor me uit te staren’. Naast fiets- en wandelclubjes telt ons land ook talloze leesclubjes. Bij navraag blijkt dat veel mensen regelmatig bij elkaar komen om samen iets leuks te ondernemen zoals kaarten, sjoelen, tekenen, naar muziek luisteren, theater of bioscoop bezoeken, zwemmen, dammen of schaken.
Terug naar Sociale netwerken.