Artikel Verbondenheid met de natuur
Uit Bouwen aan leefbaarheid
Ik slenter en roep mijn ziel op.
Ik leun en slenter in alle rust en neem een spriet zomergras waar.
Walt Whitman Amerikaans dichter (1819 – 1892) – fragment uit het gedicht Grashalmen.
Wat we onder de natuur verstaan is veel. Naast ‘al wat groeit en bloeit’ rekenen we ook wat het weer ons biedt tot de natuurverschijnselen zoals regen en wind, zonneschijn en sneeuw. Ze vormen samen met het duinzand, de rivierklei, het veen en de rotsblokken van graniet de natuur. De natuur is voor mensen een bron van schoonheid, kracht en ontspanning. Mevrouw de Vries (82) komt haar huis haast niet meer uit en vertelt: 'U moet het zo zien: het is levend materiaal. Als ik 's morgens opsta en de tuindeuren open doe, dan ga ik op mijn terrasje zitten. Ik kijk en denk dan: "Oh, oh, wat is alles toch mooi. Oh, dat is weer uitgekomen en wat zit die boom mooi in het blad".' Een bewoonster van een verzorgingshuis staat altijd om zes uur op en tegen de tijd dat het licht wordt, kijkt ze elke dag een kwartier naar buiten. 'Ik kijk dan naar de bomen aan de overkant. Als ik die bomen zie dan kan ik zo genieten. Je krijgt dat zomaar en dan zwerf ik graag met mijn gedachtes.' Een andere vrouw zegt: 'Ik heb een heerlijke zonnige kamer met op mijn balkon een bak met viooltjes. Dat geeft me zo'n blij gevoel, want die viooltjes lachen me toe.' Anderen wijzen op het belang van een verbinding met de natuur. Ze genieten van bomen en de geur en kleur van gras en volgen de seizoenwisselingen nauwgezet. Een bewoner van een verpleeghuis zegt: 'Als de zon schijnt kijk ik veel naar buiten. De bomen, dat vind ik wel zó mooi'. Het zijn de alledaagse natuurverschijnselen zoals planten, bomen, huisdieren, in de buurt nestelde vogels en het landschappelijk uitzicht, die ons het gevoel geven erbij te horen en onderdeel uit te maken van een groter geheel.
Achter in de tuin staat de hoge es
De hooge es ruist zo zacht in de goede avond
De eeuwigheid waait in zijn bladeren
Welig is het waaien van de eeuwigheid in de bladeren
van de hoge es
J.C. van Schagen Zeeuwse schrijver, dichter en graficus 1891 – 1985 – fragment uit het gedicht Schemering
Welke betekenis kan de natuur ons geven? De natuur wordt ons als het ware in de schoot geworpen waardoor we kunnen ervaren dat ons leven de moeite waard is. Viooltjes die hen toelachen en een uitzicht op bomen die we zomaar krijgen en waarvoor we niets hoeven terug te doen. De natuur schenkt ook afwisseling: er is altijd wel iets om naar te kijken en te bewonderen: blaadjes, stammen in allerlei kleuren en vormen, paddestoelen, een scharrelend egeltje, een merel die besjes zoekt. De betrokkenheid met de natuur geeft mensen betekenis aan het leven. Deze betekenis heeft verschillende kanten. Zo geeft de zorg voor plantjes en bloemetjes, het voeren van vogeltjes, het praten met en aaien van de geitjes een gevoel van verantwoordelijkheid en aanwezigheid, een bewijs van concreet bestaan. Dat stelt ons in staat om ziekte en pijn te verwerken en mogelijk ook te aanvaarden. Het kan ons ook het gevoel geven dat we bij onszelf te kunnen zijn en blijven. Het geeft rust en vanuit die rust en veiligheid kunnen we ervoor kiezen om een moment voor onszelf te hebben of dit samen met een ander te beleven. Maar daarnaast heeft deze betrokkenheid ook een spirituele kant. Door de natuurkrachten kunnen we het leven ervaren als een voortgaand proces van verandering en vernieuwing. Het besef dat ook na de dood het leven doorgaat en dat we daar onderdeel van hebben uitgemaakt, schenkt rust en vertrouwen. Een bewoonster van een verpleeghuis zei: 'Ik lig veel op bed en dan zie ik de muren en het plafond. Die bevallen me niet, een beetje doods'. Maar ze vertelde ook het volgende: 'Ik kan vanuit mijn bed heel ver kijken, naar de overkant van het water. Ik heb daar eenden een nest zien bouwen en toen kwamen er allemaal kleintjes. Dat is toch zo leuk. Ik heb het helemaal kunnen volgen, het broeden en de vier opgroeiende jonkies'.
Terug naar Natuur.