Digitalisering samenleving

Uit Bouwen aan leefbaarheid

Digitalisering is het omzetten van data, gegevens, van een analoog naar een digitaal medium. Volgens Van Dale is een digibeet iemand die niets van computers weet. Onderzoek toont aan dat mensen door de computer en in bredere zin door de technologie zich minder eenzaam gaan voelen. Ze ontmoeten door internet nieuwe mensen, die ze ook in het echt ontmoeten. Grootouders chatten en mailen met hun (klein-)kinderen. Mensen op hun ziekbed zijn via de computer verbonden met hun vrienden en familieleden. Zo speelt de digitalisering een belangrijke rol voor het welbevinden van mensen.

Bronnen: Esc@pe... Als je wereld kleiner wordt (evaluatieonderzoek) en SCPrapport Verbinding maken.


Digitalisering van de samenleving

Voor opgroeiende kinderen vormt de digitale wereld een vanzelfsprekende onderdeel van hun leefwereld. Ze zien hun ouders achter de computer zitten. Ze bestellen films via de digitale antenne en als ze er de leeftijd voor hebben beschikken ze al snel over een mobiele telefoon. In een periode van vijftien jaar heeft onze wereld een digitale dimensie gekregen die niet meer weg te denken valt. Dat geldt niet alleen voor het huishouden en het werk. In sneltreinvaart zijn we gewend geraakt aan het elektronische pinnen, aan digitale vervoersinformatie in de bus en de trein, verkeersinformatie op de snelweg, aan routeplanners en navigators voor automobilisten en aan de boodschappenscan aan de kassa van de supermarkt. Twintig jaar geleden ratelden apparaten nog mechanisch, nu laten ze ons allemaal elektronische piepjes horen. In de westerse landen zijn de meeste personen, bedrijven en verenigingen inmiddels aangesloten op het digitale netwerk dat mensen wereldwijd met kabels en satellieten met elkaar verbindt. Zo wisselen we informatie, geld, diensten en goederen met elkaar uit.


Digitalisering van het huishouden

Tegenwoordig hebben de meeste mensen (85%) wel een computer thuis. Alleen bij 65-plussers ligt dat aantal lager (ongeveer 40%), maar over een jaar of tien zal er geen groot leeftijdverschil in computergebruik meer zijn. Generaties schuiven op en over een jaar of tien behoren de huidige ‘jongere ouderen’ die thuis een computer hebben, tot de 65-plussers. Daarnaast zullen veel huidige 65-plussers zonder computer een inhaalslag hebben gemaakt: ze zijn overstag gegaan. Niet alle computerbezitters hebben verbinding met internet, vooral veel 65-plussers niet, maar de komende jaren zullen ook zij invoegen op de digitale snelweg. Die inhaalslagen zijn nodig, omdat steeds meer bedrijven hun diensten via het internet aanbieden.


Wat merken we van deze toenemende digitalisering van het huishouden, wat zijn de gevolgen en wat vinden we daarvan?

Als we het over computers hebben, dan kunnen we vier groepen mensen onderscheiden. De eerste groep heeft thuis geen computer. Dat hoeft nog niet te betekenen dat deze mensen er geen gebruik van maken. Zo kan iemand een dag per week naar zijn kinderen gaan om daar bij te praten, mee te eten en met hulp van zoon of dochter de rekeningen te betalen via de computer. De tweede groep mensen heeft wel een computer in huis, maar is niet aangesloten op het internet. Zij doen er spelletjes op, ze schrijven teksten en houden administraties bij. Ze bewerken films en houden er een digitaal fotoarchief op na. (Dit zijn de offlinegebruikers). De twee volgende groepen zijn onlinegebruikers die een verbinding hebben met het internet. De derde groep mensen maakt zeer beperkt gebruik van het internet; alleen om af en toe een mail te versturen of informatie op te zoeken. De vierde groep maakt zeer uitgebreid gebruik van de digitale verworvenheden zoals online winkelen, bankieren, chatten en het maken van reserveringen (bioscoop, theater, muziek) en doen van boekingen (vakantie, vliegreis). Veel huishoudens beschikken over een computer, maar dat betekent niet dat iedereen daar thuis gebruik van maakt. Mannen gebruiken de computer vaker en intensiever dan vrouwen en hoe hoger de leeftijd hoe groter het verschil in gebruik. Dat maakt oudere vrouwen kwetsbaarder als ze alleen komen te staan. Daarnaast zal er een groep mensen (naar schatting tussen de 10 en de 15%) overblijven die om allerlei redenen geen computer in huis heeft of er niet (meer) mee om kan gaan. Dit mag niet ten koste gaan van hun deelname aan de samenleving.


Terug naar Leefbaarheid en technologie

Navigatie
Persoonlijke instellingen