Inrichting van de woonomgeving
Uit Bouwen aan leefbaarheid
In veel gemeenten in Nederland ontstaan nieuwe woonwijken of worden oude woonwijken opnieuw ingericht. Er is vaak veel aandacht voor woningen, maar minder voor de woonomgeving. Dat is jammer. Ook in een goed toegankelijke woning voel je je opgesloten als je niet de straat op kunt. Het is voor mensen erg belangrijk om zelfstandig de boodschappen te kunnen doen of contacten te kunnen onderhouden in de buurt. Daarom moet er ook aandacht zijn voor de inrichting van de woonomgeving.
Als het om de woonomgeving gaat, kun je denken aan de inrichting van de straat, pleinen en plantsoenen. Aan straatmeubilair, zoals banken, lantaarnpalen en geldautomaten. Maar ook aan beplanting in de wijk en speeltoestellen. En voorzieningen, zoals scholen, winkels, kinderopvang, bibliotheek, buurthuis, zorgvoorzieningen en openbaar vervoer. Aspecten die van invloed zijn op de leefbaarheid. Ook de sociale kant speelt een rol. Of er contacten zijn tussen mensen, of er rekening met elkaar wordt gehouden en of er een bepaalde mate van sociale controle is.
Een goede inrichting van de woonomgeving en de aanwezigheid van sociale controle kunnen zorgen voor een veilig gevoel. Voor veel mensen essentieel.
Een goede inrichting houdt in dat een woonomgeving begaanbaar is en de voorzieningen bereikbaar en toegankelijk. Juist voor minder mobiele mensen. Als de omgeving niet goed is ingericht, zijn zij de eersten die er last van hebben. Er zijn verschillende modellen om een woonomgeving en wijk in te richten. In het verleden hoorden we begrippen als woonerf (jaren 70 en 80), stempelstructuur van C.M. van der Stad (jaren 50) en hofjes (14e eeuw). Tegenwoordig wordt gesproken over woonzorgzones en seniorensteden. Of over Shared Space als het gaat om straten en wegen. Dit wil niet zeggen dat de ‘oude’ vormen van inrichting niet meer worden toegepast. Bij een recente uitbreiding van Den Haag werd een nieuw woonerf toegepast in de wijk Ypenburg.
Welke benaming een ontwerp ook heeft, het gaat er om dat de woonomgeving leefbaar moet zijn voor iedereen. Dat betekent dat alle mensen, ook mensen die minder mobiel zijn, zich op een comfortabele en veilige manier in de woonomgeving kunnen vertoeven en verplaatsen. Dat zorgt er voor dat iedereen kan blijven deelnemen aan de samenleving.