Leefbaarheid
Het begrip leefbaarheid heeft twee dimensies. Vaak wordt het ´smal´ gebruikt, in verband met specifieke thema's als veiligheid of wijkvernieuwing. Dan draait het vooral om de omstandigheden die effect hebben op de leefbaarheid. Daarnaast heeft leefbaarheid ook een belangrijke belevingskant. In de omschrijving die Van Dale geeft komen de beide kanten duidelijk naar voren.
Leefomgeving
Aan de ene kant heeft leefbaarheid de betekenis van 'geschikt om erin of ermee te leven’. In deze betekenis staat de leefomgeving centraal. 'Erin' verwijst naar de sociale omgeving, de samenleving die sterk bepaald wordt door regels, wetten en beleid en door de manier waarop mensen met elkaar omgaan. 'Ermee' slaat op de dingen om ons heen: onze huizen en gebruiksvoorwerpen, de inrichting van de openbare ruimte en de natuur.
Beleving
De tweede betekenis 'geschikt om als leven doorgebracht te worden' verwijst naar een andere dimensie. Naar de beleving van mensen, de waarde of betekenis die zij aan de dingen en aan hun leven geven. Alles wat mensen tegenkomen en gebruiken om hun leven op een bij hen passende manier vorm te geven is bepalend voor de leefbaarheid zoals zij die ervaren. De leefomstandigheden kunnen het leven makkelijker en aangenamer maken. Ze kunnen echter ook drempels opwerpen die het mensen moeilijk maken hun eigen leven te leven. Of te blijven leven, als mensen door allerlei oorzaken kwetsbaarder worden.
Balans
De manier waarop mensen de in de omgeving aanwezige hulpbronnen weten te benutten, is in hoge mate bepalend voor de leefbaarheid. Niet alleen voor henzelf, maar vaak ook voor de mensen om hen heen. Het draait hierbij om een goede balans tussen wat mensen willen, wat mensen kunnen en de mogelijkheden die de omgeving mensen biedt. Kwetsbare mensen zijn voor het vinden van een balans sterker afhankelijk van hun omgeving.