Moed
Uit Bouwen aan leefbaarheid
Ware moed is niet, geen angst te hebben, maar zijn angst te overwinnen. Remy Montalee
Bij moed spreekt men volgens van Dale over het vermogen van iemand om ondanks zijn angst toch te doen wat nodig is. Synoniemen zijn durf, lef en onverschrokkenheid maar ook hoop kracht en vertrouwen. Moed is de mogelijkheid de confrontatie met lichamelijke pijn, tegenslag en levensbedreiging, onzekerheid en intimidatie aan te nemen en te doorstaan. Soms wordt er onderscheid gemaakt tussen lichamelijke moed en morele moed.
Je doet iets wat je normaal gesproken niet zo snel zou doen. Het kan gaan om kleine zaken. Bijvoorbeeld als je een gesprek aangaat met iemand waar je erg tegenop ziet. Maar voor meer aansprekend zaken bijvoorbeeld voor het redden van een kind dat in het water is gevallen is moed nodig. Je dwingt respect af omdat je iets doet waar anderen voor terugdeinzen.
Mensen die getroffen zijn door ziekte of een beperking waardoor hun leven drastisch verandert of blijvend beperkt raakt hebben moed en wilskracht nodig om uit dit dal omhoog te kruipen en hun leven weer zin te geven.
Moed als deugd veronderstelt een vorm van belangeloosheid of edelmoedigheid. Moed is een deugd wanneer hij in dienst staat van een persoon of van een algemene of edelmoedige zaak. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld degene die zorgt voor een kwetsbaar mens die door ziekte, beperking of hoge leeftijd afhankelijk is geworden van anderen.
Leef met de moed als gids en het geluk als gezellin.
Marcus Tullius Cicero Romeins filosoof, redenaar en politicus 106 v Chr. – 43 v. Chr.
Utdrukkingen als ‘Waar haalt hij de moed vandaan? Of ‘Ik moet al mijn moed verzamelen’ geeft aan dat er geproken wordt over krachten die in mensen aanwezig zijn, soms verborgen liggen maar wel aangeboord kunnen worden.